Gnosis als wereldreligie*


Leven en werk van Gilles Quispel

Leo Köhlenberg


categorieën:   Esoterie / Religie algemeen / Gnostiek
isbn: 9789062711093
uitvoering: paperback
aantal pagina's: 239
druk: 1
verschijningsdatum: 08 mrt 2013
status:  Leverbaar
prijs: € 24,95

Centraal in het werk van historicus Gilles Quispel (1916-2006) staat de gnostiek, een verzameling religieuze bewegingen die tot bloei kwamen in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling. De gnostiek werd als ketterij veroordeeld nadat de Romeinen het christendom tot officiële religie hadden verklaard. Quispels fascinatie voor deze vroegchristelijke stromingen werd geboren op het Dordtse gymnasium waar hij al op jonge leeftijd kennismaakte met gnostische denkbeelden. In 1952 kocht hij de zgn. ‘Jung Codex’, onderdeel van een grote collectie geschriften die in 1945 in Nag Hammadi in Egypte werden gevonden. Deze Nag Hammadi-geschriften bevatten onder andere het zogenoemde Evangelie van de Waarheid en het Evangelie van Thomas.

Quispel had een duidelijke visie op de gnostiek. Volgens hem werd de leer gekenmerkt door het beginsel van de vrije mens en zouden de gnostici hebben gepleit voor een niet-autoritaire en ondogmatische beleving van het jonge christendom.

Gnosis als wereldreligie behandelt de boeiende ontstaansgeschiedenis van de gnostiek in het Nederlands taalgebied en de bijzondere rol die Quispel in de geschiedschrijving hiervan heeft gespeeld.

Mét kleuren- en zwart-witillustraties!

Tijdschrift Filosofie 9 september 2014

De twee laatste dogma’s uitgesproken door de kerk van Rome, over de onfeilbaarheid van de paus en de ten hemel opneming van Maria, kunnen eerder aangemerkt worden als afkeer van de moderniteit dan als openingen naar de toekomst. Na de oorlog werden de zekerheden over de oorsprong van hert christendom echter opengebroken door drie grootse vondsten. Eerst het nieuws over de Qumran geschriften gevonden in de grotten in de woestijn van Juda. Dan dat in Egypte in een grot bij Nag Hammadi de bloedwreker – een nog steeds actueel beroep in Egypte – Muhammed Ali in een kruik dertien codices vond met in totaal tweeënvijftig gnostische geschriften. En dan dat onbekende teksten van Origenes te Toura gevonden waren. De Utrechtse hoogleraar Gilles Quispel vertelde later dat hij tijdens de oorlog tijd genoeg had want uitgaan, eten of deelnemen aan het openbare leven was maar heel beperkt mogelijk. Je kon alleen maar studeren, zei hij, en dat deed hij. Zijn dissertatie ging over de bronnen die kerkvaders hadden gebruikt bij het bestrijden van de ketters Marcion en Valentinus. We kenden dergelijke gnostische ketterijen eigenlijk alleen uit de woedende aanvallen van rechtgelovige kerkvaders als Tertullianus. ‘Tertullian is a character. He can say anything’ oordeelde E.K. Rand. Maar Quispel schoot het in het verkeerde keelgat en hij ‘ontdekte’ dat juist de ketters gelijk hadden. Dat denk ik ook wel eens, en kies dan de zijde van Arius tegenover Sint Nicolaas die hem aan de baard trok en Athanasius die nog erger te keer ging. Quispel werd aangetrokken door uitspraken van met name Valentinus, dat de wereld een lach en een traan van de wijsheid was. Dat sprak in de oorlog wel aan. Na enkele merkwaardige en geheimzinnige tussenspelen en toestanden, kocht Quispel op 10 mei 1952 in Brussel de codex met onder andere het evangelie van de waarheid aan en begon met het ontcijferen van de Koptische teksten. Het bleken uit het Grieks in een Egyptisch dialect vertaalde geschriften uit de tweede eeuw te zijn. Nadat de moederkerk van Jeruzalem en Judea, een joodse sekte, in de opstand en oorlog van 66-73 uitgemoord was kwamen het oudste evangelie, dat van Marcus, in Rome in 72 verschenen, en de eerste editie van vier sterk geredigeerde brieven van Paulus, in Ephese omstreeks 96, en kreeg het christendom gestalte. Maar er was naast de joodse en de christelijke variant nog een sterke stroming, de gnosis die vooral in Alexandri. en Egypte, maar door Marcion en Valentinus ook in Rome veel aanhang had. Het vierde evangelie, dat van Johannes rond 110 in Ephese verschenen, won het van het vijfde evangelie, dat van de Waarheid, rond 140 in Rome verschenen en nadien verdwenen. Beide teksten gaan uit van de vleeswording van het Woord, de Logos.

 

Levenslang zou Quispel in de ban van de gnostiek blijven en er veel buitengewoon erudiete artikelen en boeken over publiceren. De door J. van Oort uitgegeven lijvige bundel Gnostica, Judaïca, Catholica (2008) is een indrukwekkend getuigenis van zijn wetenschappelijk werk. Een andere kant van Gilles Quispel komt meer tot uitdrukking in het sympathieke boek dat Leo Köhlenberg schreef over Gnosis als wereldreligie. Leven en werk van Gilles Quispel.

 

Het boek heeft drie afdelingen, inleidende beschouwingen over de Gnosis, een schets van het leven van Quispel en tenslotte enkele teksten van en interviews met hem. Doublures werden daarbij niet vermeden. Quispel, die het moeilijk vond mijnheer genoemd te worden en zich liever met professor aangesproken hoorde, was een excentrieke en controversiële persoon. Een heel bijzondere docent en ook als spreker boeiend. Maar met gebreken. De Amsterdamse hoogleraar Baarda zei eens nogal laconiek: ‘Quispel rekende mij tot de knoeiers. Daartoe behoorde iedereen, begreep ik, die zijn mening niet deelde.’ (p. 45) Een gesprek met Quispel was moeilijk, als je het niet met hem eens was. En dat laatste was vaak het geval. Quispel wist niet alleen veel van de gnostiek, hij geloofde er ook in. Hij nam aan dat teksten van het Thomas evangelie echt woorden van Jezus waren, ouder nog dan die in de brieven van Paulus. Jezus was vervolgens ook ‘de leraar van de Wijsheid’ en hij spoorde het inkeren van de mens tot zichzelf aan. De leer van de Gnosis is verwant met die van Mani, keert terug bij de Katharen en in de Romantiek bij Novalis en Hegel. Hegel, professor Hegel als gnosticus is een nogal potsierlijk denkbeeld. Maar ook karma en reïncarnatie, Rudolf Steiner en Carl Gustav Jung, Annie Besant en H.P. Blavatsky, Bres en de Weg naar een nieuw bewustzijn, priester Wouter Lutkie en Zwart Front, De Kosmos en Paradiso. Het ging er allemaal in. ‘De zwarte modderstroom van het occultisme’ zoals Freud dat noemde. De schrijver van dit boek over Quispel deelt deze wijsheden en wijst er zelfs op dat de vorige paus, Ratzinger, bijna de gnosis omhelst had en dat na zijn dood professor Quispel nog verscheen aan het kindermeisje om haar wijze lessen te geven. Ik lees graag over leven en werk van grote geleerden, over hun hoop en verwachting en hun harde werken om wat nieuwe inzichten te verwerven, ook als die daarna niet zo zinnig blijken te zijn. Hier worden we getrakteerd op aardige jeugdherinneringen uit Kinderdijk, ontmoetingen met figuren als Jung en koningin Juliana en herinneringen aan reizen naar Egypte. Anekdotes zoals die over zijn grote waardering voor de professor Elaine Pagels van Princeton University, die heel veel wist over de gnosis van Valentinus. ‘Eens kwam zij mij afhalen van het vliegveld van Caïro. Ik werd zo geestdriftig dat ik mijn tas op de grond wierp, mijn armen ten hemel hief en uitriep: “Valentina”. Toen brak de fles whiskey in mijn tas.’ (p. 152) Aardig, maar helpt het over onzin heen zoals twee bladzijden eerder: ‘Jezus had dat geleerd van de apostel Paulus ( …)’

 

Quispel kon hard over andere geleerden oordelen, knoeiers. Von Harnack en Bultmann zaten er volledig naast, Barth en Buber waren in strijd met de feiten en mede redacteur van de Nag Hammadi vondsten Henry Puech ontging het belang ervan. Misschien is het meest treffende oordeel over de geleerde Quispel van de wellicht wat minder genialer, Groningse hoogleraar G. van der Leeuw al in 1942 uitgesproken: ‘Ik weet niet waar Valentinus eindigt en Quispel begint.’ (/ 146)

 

Dr. Charles Vergeer

 

Tijdschrift Filosofie, jaargang 24, nr. 4, verschenen bij Garant-Uitgevers (Antwerpen-Apeldoorn)

NBD Biblion (Drs. J. Wilts) 27 mei 2013

Biografisch boek dat het leven van Gilles Quispel (1916-2000) beschrijft in het licht van zijn opvattingen over de gnosis. Quispel was hoogleraar in het vroege christendom aan de Utrechtse universiteit. Hij gaf de belangrijke Codex Jung uit, die een deel van de in Nag Hammadi gevonden gnostische geschriften bevat. Met dit wetenschappelijk werk werd hij ook persoonlijk pleitbezorger van de erkenning van de gnosis als christelijk geloof en wereldreligie. 

 

De schrijver -componist- leerde Quispel kennen toen hij in 2005 een oratorium schreef op basis van het Nag Hammadi-geschrift Evangelium Veritatis. Vlak voor de première daarvan stierf Quispel. 

 

Dit boek bevat onder meer foto's uit het leven van Quispel, alsmede enkele uitgeschreven interviews. Het is tevens een inleiding op de gnosis op basis van Quispels uitgaven, zowel voor de belangrijkste bronnen als de hedendaagse receptie daarvan. Met literatuurverwijzingen in voetnoten.

Boudewijn Koole 22 april 2013

Leo Köhlenberg heeft met de eerste beschrijving van leven en werk van professor Gilles Quispel (1916-2006), de grote geleerde, Utrechtse kerkhistoricus en wereldberoemde 'promotor' van de 'gnosis', een boek geschreven dat veel lezers nieuwsgierig en enthousiast kan maken voor diens levenswerk. Door de samenwerking met de familie Quispel is bovendien een ruime hoeveelheid foto's en interviews in het boek aanwezig. Dat maakt dit boek voor ieder die Quispel wel eens heeft horen of zien spreken, tot een aantrekkelijk bezit. Gilles Quispel was een begenadigd spreker en presentator. En uit dit boek blijkt goed waarom het hem ten diepste te doen was: zowel wetenschappelijk als voor een groter publiek het bestaan en belang van de herontdekte en rijk vertakte Westerse traditie van de innerlijke gnosis naar voren brengen.

 

Gnosis (letterlijk ‘kennis’; figuurlijk gebruikt voor ‘geestelijke kennis’) speelde een grote rol bij vele vroege Jezusvereerders, vooral in cultureel ontwikkelde kringen. Hoewel veel latere kerken deze rol beperkten ten gunste van hun centrale leer en organisatie, is de grote historische en culturele betekenis ervan meer dan ooit aanwijsbaar. Er liggen daarmee boeiende uitdagingen voor discussie en verwerking.

 

Belangrijke momenten van en invloeden op zijn persoonlijk leven komen aan bod zoals zijn jeugd in Kinderdijk, zijn leraar Hendrikx, zijn studies in Leiden en Groningen, zijn studies van Tertullianus en Valentinus, zijn leraarschap klassieke talen in Deventer en het gevoelige verlies van zijn eerste verloofde door een noodlottig ongeval. Ook de gevolgrijke kennismaking in Wassenaar met Lien de Lange, die samen met hem een gezin stichtte en hun lange leven zijn grote steun en toeverlaat was, zijn kennismaking met Carl Gustav Jung, zijn benoeming tot hoogleraar in Utrecht en wat er daarna volgde. 

 

Het accent ligt in dit boek op de ontdekkingen die Quispel deed met betrekking tot de 'gnostische' schrijvers en teksten die kort na de Tweede Wereldoorlog gevonden werden in Nag Hammadi in Egypte. Die teksten wierpen een heel ander licht op het vroege christendom. Het leven en werk van Quispel volgend, beschrijft Köhlenberg in zijn boek de belangrijkste werken en onderwerpen waarover Quispel publiceerde. 

 

Dit boek laat weinig hoofdzaken liggen. Het bevat een typerende lezing op het eerste Bres Symposium in 1977 over Natuurwetenschap en Gnosis (over o.m. Heisenberg en Pauli) en de letterlijke weergave van een aantal boeiende interviews.

 

Het is nog veel te vroeg om een oordeel te vellen over de betekenis van het totale werk van Gilles Quispel. Zijn wetenschappelijke werk is veel omvangrijker dan de in dit boek behandelde in het Nederlands verschenen (overigens uitermate belangrijke) studies en vertalingen, waarvan Roelof van den Broek ook een aantal voor zijn rekening nam. De na Quispels overlijden bij Brill in Leiden verschenen verzameling ongepubliceerde opstellen, bezorgd door professor Johannes van Oort, beslaat bijvoorbeeld alleen al 869 pagina's. 

 

Dit boek mag gerust een mijlpaal heten in de zin dat het een prachtige inleiding biedt in wat door het levenswerk van Quispel aan grondteksten aan het licht is gebracht en bestudeerd. Ook laat het zien dat Quispel dat deed in verwantschap met Jungs herwaardering van het religieuze innerlijk van de mens. Quispel verbond daarmee zijn visie op de gnosis als kennisse des harten in de christelijke bevindelijke traditie. Het ging hem altijd allereerst om de spirituele ervaring, en de historische onderbouwing stond in dienst daarvan. In dit perspectief past ook Quispels opvatting dat voor die gnosis in de kerken ruimte dient te zijn. Het is een uiterst invoelend, inspirerend en in het algemeen kloppend overzicht van waar het in de oude gnostische geschriften en bij Jung en Quispel om te doen was, overigens alleen gebaseerd op bronnen in de Nederlandse taal. De auteur voelt zich er duidelijk mee verwant, zoals blijkt uit zijn waardering voor betekenisvolle ervaringen die 'geen toeval' kunnen zijn (dat althans niet lijken) omdat ze zo diep raken.

 

Helaas ontbreekt een register. En de spelling van sommige technische termen zou in een volgende druk beter nagelopen kunnen worden door een vakspecialist. Soms klopt een detail niet. Maar dat zijn kleinigheden vergeleken met de waardevolle in- en overzichten die dit boek wel biedt.

 

Een uitvoeriger versie van deze recensie is te vinden op: www.bk-books.eu/lez00556.html

Login of registreer om een recensie toe te voegen.